Print
Begrippenlijst

Dekkingsgraad
Voor pensioenfondsen is de hoogte van de dekkingsgraad een maatstaf voor de financiële positie van het fonds. De dekkingsgraad is een percentage dat de verhouding uitdrukt tussen het aanwezige vermogen van het pensioenfonds enerzijds, en de contante waarde van alle opgebouwde pensioenaanspraken anderzijds. Bij een dekkingsgraad van 100% is er exact genoeg om de opgebouwde pensioenverplichtingen na te komen. Wel zit men dan in een situatie van dekkingstekort en reservetekort.


Dekkingstekort
Op grond van de Pensioenwet is er sprake van dekkingstekort als de dekkingsgraad minder bedraagt dan 105%. Een pensioenfonds moet binnen twee maanden na constatering hiervan een plan bij De Nederlandsche Bank indienen om het dekkingstekort op te heffen. Dit plan dient door De Nederlandsche Bank goedgekeurd te worden. Een pensioenfonds heeft maximaal drie jaar de tijd op het dekkingstekort op te heffen. Elementen uit een dergelijk plan zijn onder andere het vragen van extra premies aan werkgever en/of werknemers en het (deels) achterwege laten van indexatie. Belangrijk onderdeel van het plan vormen ook de rendementen op de beleggingen die bijdragen aan een herstel van de dekkingsgraad.


Reservetekort
Pensioenfondsen moeten een extra vermogen aanhouden om bepaalde risico’s op te vangen. Te denken valt aan het risico van waardedaling van de aandelen en andere beleggingen of een daling van de rente. Ook loopt een pensioenfonds het risico dat mensen langer leven dan verwacht. Voor al deze risico’s heeft De Nederlandsche Bank minimale eisen gesteld aan het extra aan te houden vermogen. Dit wordt ook wel de benodigde dekkingsgraad genoemd. In geval van een reservetekort moet een pensioenfonds binnen drie maanden een plan bij De Nederlandsche Bank indienen om het reservetekort op te heffen. Dit plan dient door De Nederlandsche Bank goedgekeurd te worden. Een pensioenfonds heeft maximaal vijftien jaar de tijd om weer naar de benodigde dekkingsgraad toe te groeien. Net als in het geval van een dekkingstekort dragen extra premies, rendementen op het vermogen en het (deels) achterwege laten van indexatie bij aan het herstel van het pensioenfonds.


Herstelvermogen
Het herstelvermogen van het pensioenfonds kan worden gedefinieerd als de mate waarin het pensioenfonds in staat is om uit een dekkingstekort danwel reservetekort te komen rekening houdende met de beschikbare sturingsmiddelen. De sturingsmiddelen van een pensioenfonds bestaan in principe uit drie elementen: rendement, extra premiebaten en het niet of minder indexeren van opgebouwde verplichtingen. Gegeven de gemiddelde beleggingsportefeuille, de volatiliteit van de financiële markten en de regels ten aanzien van de maximaal te hanteren toekomstige rendementen van DNB kan het herstelvermogen in kaart worden gebracht.


Het herstelvermogen van het pensioenfonds wordt gemeten op basis van de gehele beleggingsportefeuille. Daarbij wordt de volatiliteit van de dekkingsgraad bepaald aan de hand van het rendement op de beleggingen ten opzichte van de pensioenverplichtingen. Op basis van scenario’s kan de dekkingsgraad van het pensioenfonds vervolgens vooruit geprognosticeerd worden. Dit levert een maatstaf voor het herstelvermogen van het pensioenfonds. Met een bepaalde waarschijnlijkheid kan het verloop van de dekkingsgraad weergegeven worden voor de komende jaren. Daarbij ligt de dekkingsgraad met een kans van 95% tussen bepaalde onder- en bovengrens in. Hiermee kan tegelijk de kans op een dekkingstekort vastgesteld worden. Ofwel de kans dat de dekkingsgraad toch nog beneden de 105% uitkomt. Voor bestuurders is dit een snelle en efficiënte manier om gevoel te krijgen bij de risico's van het fonds. Voor pensioenfondsen die werken met een risicobudget is de volatiliteit van de dekkingsgraad een sturingsmiddel ten aanzien van het beleggingsbeleid.