Print
De huidige gemiddelde dekkingsgraad – evenals de ontwikkeling van het dekkingsherstel in de afgelopen maanden – stemmen gematigd positief. Werd bij het opstellen van herstelplannen in het voorjaar nog uitgegaan van de noodzaak om de hersteltermijn te verlengen van drie naar vijf jaar; terugkijkend zien we dat de sector binnen zes á zeven maanden alweer op het niveau is waar vijf jaar voor nodig leek te zullen zijn. Ook de rente-ontwikkeling houdt zich goed bij de ontwikkelingen op de aandelenmarkt, in de vastgoedsector en vergelijken bij de inflatie-ontwikkeling.

Al te veel optimisme is niettemin nog niet op z’n plaats. De kansen op een W-vormig herstel-proces (waarbij het opveren uit de eerste dip eerst nog wordt gevolgd door een tweede neergang, waarna pas solider herstel mag worden verwacht) zijn nog steeds aanwezig, gegeven ook de broze situaties op de arbeidsmarkt, in de (internationale ) handel en de terughoudendheid bij investeringsbeslissingen. Ook het vereffenen van de rekening die de huidige crisisbestrijding oplevert – met name door de overheidssteun die op ‘krediet’ is ingezet om een aantal financiële instellingen overeind te houden – kan naar verwachting nog een zware wissel gaan trekken op een voorzichtig en broos herstel van de economie.